Opvoeden tot aardige kinderen

Heel vaak willen we onze kinderen opvoeden tot aardige kinderen. Tot volwassenen die aardig zijn. Althans, aardig voor andere mensen. Maar in hoeverre leren we onze kinderen om ook aardig te zijn voor zichzelf?

Het is niet zo vreemd dat heel veel volwassenen het moeilijk vinden om “nee” te zeggen. Want wanneer kleine kinderen durven “nee” te zeggen, worden ze dikwijls afgeschilderd als stout en rebels. Het is niet bizar dat zoveel volwassenen gemakkelijk over zich heen laten lopen. Kleine kinderen die hun grote broer of zus altijd hun zin geven, worden daarin vaak aangemoedigd want dat maakt hen braaf en goed. In onze kinderjaren hebben we reeds geleerd hoe we ons niet mogen gedragen (“fout” gedrag) en hoe we ons zouden moeten gedragen (“goed gedrag”) en – vaak onbewust – nemen we deze lessen mee naar onze volwassen jaren.

Vaak horen we dat ouders bang zijn om hun kinderen te verwennen, omdat deze kinderen dan later verwende volwassenen zullen worden. Uiteraard willen we niet van onze kinderen noch van onze volwassenen dat ze zich verwend gedragen. We willen niet dat ze altijd hun zin eisen te krijgen, dat ze nooit bereid zijn met anderen te delen en dat ze op elke vraag “nee” antwoorden zonder het ook maar te overwegen. Maar meestal gaat opvoeding niet over altijd en nooit, het gaat veeleer over nu en dan. Het gaat over een evenwicht vinden tussen extremen, zodat kinderen leren om aardig te zijn voor anderen én tegelijkertijd ook voor zichzelf.

Het is mooi en nodig dat we onze kinderen leren om hun voorzieningen (rizq) met anderen te delen; of het nu gaat om hun geliefde speelgoed, lekkernijen waarop ze verzot zijn of aandacht van een geliefde. Maar tegelijkertijd is het ook mooi en nodig dat kinderen durven aangeven wanneer ze iets echt niet willen afgeven, omdat we op dat moment gewoon net te veel van hen vragen. Zo is het ook mooi en nodig dat we onze kinderen leren om te luisteren wanneer hen iets gevraagd wordt, want soms moeten er zaken gebeuren die ze niet echt willen (doen). Maar ook mooi is het om kinderen toe te laten om af en toe “nee” te zeggen en daarbij te blijven, zeker als er die ruimte is om het kind te geven wat hij wil, ook al is het iets anders dan wat de ouder op dat moment wil.

Misschien gaan bij sommige ouders nu de haren overeind staan terwijl ze denken: “maar ik ben toch de baas over mijn kind!” Maar is dat werkelijk het geval? Zijn we werkelijk bazen over onze kinderen, of zijn we als ouders verantwoordelijk gesteld over onze kinderen door Degene Die ons deze kinderen geschonken heeft? Is het niet belangrijk dat we deze verantwoordelijkheid opnemen door kinderen niet alleen te leren hoe ze naar (de gevoelens van) anderen kunnen luisteren maar ook hoe ze naar hun eigen gevoelens kunnen luisteren? Zodat ze leren dat niet alleen de behoeftes en wensen van anderen ertoe doen maar ook de behoeftes en wensen van zichzelf. Zodat ze zich niet schuldig hoeven te voelen wanneer ze hun eigen geluk en gezondheid niet meer willen opofferen voor de goedkeuring van iemand anders.

Want ook al weten we als volwassenen vaak beter, toch blijven we vaak schuldgevoelens ervaren wanneer we anders handelen dan ons als kind altijd is aangeleerd. En die schuldgevoelens sijpelen door in alle relaties en domeinen van het volwassen leven: in de vriendschappen, in het huwelijk, op het werk. We zijn als ouders niet aangesteld als bazen van onze kinderen, we zijn aangesteld als herders die verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van deze kinderen. Als we weten dat deze kinderen op een dag volwassenen zullen zijn, gevormd door hun kinderjaren, horen we daar dan geen rekening mee te houden in de manier waarop wij ze naar deze volwassenheid begeleiden? Als we volwassenen beogen met een evenwichtige persoonlijkheid, horen we dan niet te beginnen met dit evenwicht na te streven bij onze kinderen?

Drie gouden tips in verband met dit thema:

1.       Sta stil bij het voorbeeld dat je zelf geeft in het stellen van jouw eigen grenzen. Kinderen nemen hun ouders als rolmodel dus jouw daden worden vaker opgevolgd dan jouw woorden. Zien jouw kinderen dat jij over je heen laat lopen, dat je niet “nee” durft zeggen en dat je jouw eigen gevoelens gemakkelijk aan de kant schuift voor de tevredenheid van anderen? Dan is er een grote kans dat ze dit gedrag van jou zullen overnemen, als kind en als volwassene.

2.       Praat over de gevoelens van jouw kind en neem deze gevoelens ook serieus. Wanneer kinderen voelen dat hun gevoelens helemaal niet serieus worden genomen of zelfs door de ouder wordt ontkend, wordt het zeer moeilijk voor hen om hun eigen gevoelens serieus te blijven nemen. Als ouders deze gevoelens echter erkennen, leren kinderen hun eigen gevoelens en intuïtie te vertrouwen.

3.       Maak aan jouw kind duidelijk dat een gedraging niet altijd of nooit hoeft te voorkomen. Wat goed is, kan verschillen naargelang situatie. Delen met anderen is goed maar jouw kind mag zijn bezittingen ook beschermen tegen personen die daar geen respect voor tonen. Knuffels geven is lief maar jouw kind hoeft geen personen te knuffelen waar die zich (op dat moment) niet comfortabel bij voelt. Luisteren naar de juf is braaf maar ook brave kinderen willen soms iets (helemaal) anders dan wat de juf heeft gevraagd.

©SAABIQOO

Laat een reactie achter

Shopping Cart