Huisje, bij jouw Heer

Het is zo ver, vogeltje, vandaag schrijf ik jou mijn allerlaatste brief. Ik weet eigenlijk niet of ik jou deze brieven ooit zal kunnen geven in deze wereld, maar dat is niet erg. Want er is ook nog het Huis van het hiernamaals.

Dikwijls hoopt de mens dat hij al zijn dromen en wensen vervuld mag zien op deze aardbol, maar zijn verblijf op deze aarde is vooral een beproeving en zijn verblijf in het hiernamaals is het werkelijke leven. Dus hoe graag ik jou ook zou willen ontmoeten in deze wereld, ik hoop vooral op jouw gezelschap in het hiernamaals. Maar als je toch op deze wereld al zou aankomen, dan hoop ik dat ik jou mag leren om vooral uit te kijken naar het hiernamaals. Ik hoop dat je op deze wereld zult rondlopen als een ware reiziger, iemand die zich ervan bewust is dat zijn thuis niet is op deze aardbol. Ik hoop dat je jouw uiteindelijke bestemming altijd in jouw hart mag dragen, zodat je niet verdwaald zult zijn onderweg.

Op een dag, wanneer je ondertussen al goed hebt leren stappen, wil ik graag met jou een boswandeling gaan maken. Het liefst ergens in de herfst, wanneer de gevallen bladeren de vloer hebben bedekt met een prachtig tapijt en de kleurrijke bomen een schilderijtje lijken te vormen. Op die dag zal ik samen met jou stil staan bij zo een wandelpad, om jou dan te vertellen over de levenstocht die wij allemaal aan het maken zijn. Een tocht waarvan wij de duur niet kennen, maar wij weten wel waar wij deze levenstocht begonnen zijn en waar het ons naartoe zal brengen: Allaah. Want tot Allaah behoren wij en naar Hem keren wij terug. “Tot Allaah behoren wij en naar Hem keren wij terug.” Ik hoop jou te vertellen over deze treffende zin tijdens onze wandeling. Een zin die de samenvatting is van het leven en een slogan die elke gelovige nodig heeft op zijn reis. Ik zal jou vertellen over hoe wij tot Allaah behoren en hoe wij naar Hem zullen terugkeren, en wat dit gekend begin en einde betekent voor het middenstuk van ons verhaal. Ik zal jou vertellen op welke manier een reiziger zijn tocht kan doorbrengen met deze slogan in het achterhoofd en wat het gevaar is als men zich daar tijdens het reizen niet meer van bewust is. Dat alles zal ik jou vertellen op onze wandeltocht.

Onze wandeltocht… ik weet eigenlijk niet of deze wel ooit plaats zal vinden op deze aardbol. Maar ik moet heel eerlijk bekennen dat het helemaal niet zo erg is als dit niet gebeuren gaat. In mijn allereerste brief naar jou heb ik geschreven waarom ik jou graag op deze wereld zou willen verwelkomen en in deze laatste brief zal ik jou vertellen waarom het niet zo erg is als ik jou pas in de volgende (wereld) ga kunnen verwelkomen. Het gaat beide keren om precies dezelfde reden: omdat ik jou graag wil laten kennismaken met Allaah. Deze wereld is een goede plek daarvoor, maar het is zeker niet de enige plek. Het is immers nooit mijn streven geweest dat jouw hart zal houden van deze tijdelijke wereld en wat zich daarop bevindt, maar juist van de Schepper hiervan.

Het is over Allaah dat ik jou wil vertellen en het is de aanbidding van Hem waarvan ik wil dat je eindeloos zal genieten. En daarvoor is er toch geen betere plek dan het Paradijs? Als wij daar zijn, wil ik jou vertellen over de reis die velen hebben afgelegd voordat zij daar aankwamen. Ik wil jou vertellen over hoe dit leven een test was voor hen, een beproeving voor de mensen in zowel hun voorspoed als tegenspoed. Dat is één van de grootste verschillen tussen het leven op deze wereld en het leven in het Paradijs. In het Paradijs zijn er helemaal geen beproevingen, maar in de wereld die wij achter ons gelaten hebben werd het leven juist gekenmerkt door beproevingen. Hoe blij en dankbaar de mensen ook zullen zijn dat zij die moeilijke tijd eindelijk achter zich mochten laten, ik denk dat velen van hen ook zullen terugkijken met dankbaarheid dat zij die beproevingen ooit mochten meemaken. Het was een eer voor hen dat zij geduld mochten hebben omwille van Allaah, een aanbiddingsvorm die in het Paradijs niet meer nodig zal zijn.

Maar onze (gehele) aanbidding stopt helemaal niet hier. Sommige mensen denken dat het Paradijs vooral gaat om het genieten van de schepping daarin, maar het Paradijs is in de eerste plaats de plek waar de liefhebber terugkeert naar zijn Geliefde. De plek om zijn Schepper steeds beter te leren kennen, zodat zijn gelukzaligheid elk moment toeneemt. Het is de plek waar de liefhebbers van Allaah eindelijk de kans krijgen om met Hem te spreken, om Hem te zien, om met Hem te zijn. Allaah is het hoogtepunt van het Paradijs, niet de schepping. En zolang ik jou kan laten kennismaken met Hem, maakt het voor mij niet uit of dat hier zal gebeuren of pas in het hiernamaals. Want of het nu in deze wereld is of in het Paradijs, ik wil gewoon dat jouw hart overvloeit met Zijn Naam.

Er is gezegd geweest dat de paradijsbewoners Allaah zullen gedenken, zoals zij ademhalen. De dzikr die hier door veel mensen als moeilijk bevonden wordt, is daar een vanzelfsprekendheid. Want hoe kan het zijn dat iemand zich bevindt in Zijn Tuinen, zich realiserend Wie Allaah is, zonder Hem onophoudelijk te willen lofprijzen. Het is niet vreemd dat de Engelen zonder onderbreken in constante aanbidding zijn, zij begrijpen immers veel beter dan de mens hoe geweldig de Grootsheid van Allaah is. Maar helaas, de mens is misleid en afgeleid door zoveel zaken in deze wereld dat hij zich niet bewust is van Degene van Wie hij komt en naar Wie hij terugkeren zal. Moest hij zich (volledig) bewust zijn daarvan, dan zou hij niet kunnen stoppen met Hem in liefde en overgave te aanbidden. En dat is wat ik wens voor jou, mijn kind, voor jou en voor mezelf. Dat wij niet meer zijn dan de aanbidders van Allaah.

Ik wil dat je geniet van de dzikr op de tong, alleen al vanwege het feit dat je weet dat Hij ervan houdt. Ik wil dat jouw voorhoofd zich met geen enkele plek zo vereerd voelt als met de grond waarop het geplaatst wordt in soedjoed. Ik wil dat de aanbidding voor jou als een beloning voelt op zich, in plaats van dat jij Hem alleen maar aanbidt om door Hem beloond te worden. Ik wil dat je in staat wordt gesteld om jezelf weg te cijferen in jouw aanbidding van Hem, zodat je nooit hoopt om gezien te worden door de schepping omdat jouw hart enkel de Schepper ziet. Ik wil dat je jou realiseert dat jij steeds tekortschiet in jouw aanbidding, omdat je Hem nooit zal kunnen aanbidden zoals Hij het verdient. Ik wil dat jij Hem aanbidt en dat je niet zou willen leven als je Allaah niet aanbidden kan, omdat de aanbidding van Allaah voor jou het leven is. En ik wil dat je beseft dat deze aanbidding steeds een geschenk is van Hem en nooit een prestatie van jezelf. Want als je slechts voor één oogopslag aan jezelf was overgelaten, dan had je nooit van dit zoete geschenk kunnen proeven.

Dit is het middenstuk dat ik voor jou wens, maar ik weet dat het niet zo simpel zal zijn als je al op deze wereld aankomen mag. Deze wereld zit vol met verleidingen, misleidingen, afleidingen, omleidingen. Allerlei zaken die mensen afleiden van hun Heer waardoor zij wel wandelen, maar toch niet in de richting van het Huis waartoe Allaah hen uitnodigt. Zij vergeten wat de reden was dat zij in eerste instantie op deze aarde werden gezet en daardoor verliezen zij zich in alles wat deze wereld hen brengt, zowel in de vreugde als in de pijn ervan. En daarom adviseer ik jou, mijn kind, om deze zin tot jouw slogan te nemen: tot Allaah behoren wij en naar Hem keren wij terug. In welke situatie jij je ook maar bevindt, goed of slecht, heb altijd die verrekijker bij jou waardoor je heen kijken kan. Met die verrekijker kan je zien waar je vandaan kwam en waar je naartoe gaat. In de verre afstand zie je het Huis waartoe Allaah Zijn dienaren uitnodigt en waarnaar jouw ziel heimwee voelt, een visie die je nodig zal hebben op jouw levenstocht.

Ooit was er een prachtige vrouw, zij heette Aasiyah. Ik hoop dat ik jou op een dag over haar kan vertellen en dat wij haar in het Paradijs mogen ontmoeten. Haar visie was zo sterk dat, zelfs toen zij gemarteld was op het einde van haar leven, zij geduldig zei: “Mijn Heer, bouw voor mij een Huis aan Uw zijde in het Paradijs.” Zij werd hiermee beloond door Allaah want op dat vreselijke moment kon zij dat Huis zien in de hemel, zodat zij niet alleen naar vrede zou terugkeren maar ook met vrede (in het hart) zou sterven.

Vrede zij met jou, mijn kind. Hiermee beëindig ik mijn laatste brief en ik hoop voor jou (en voor mij) op de Nabijheid van Allaah, zowel in deze wereld als in het Huis van het hiernamaals.

[1]  Allaah zegt in de Qoeraan: “Allaah nodigt uit tot het Huis van de Vrede en Hij leidt wie Hij wenst naar het rechte pad.” (Soera Yoenoes 10:25)

Laat een reactie achter

Shopping Cart